op mijn weblog…
(Foto: WR / 1957)
Schrijfopdracht:
1. WE-300
20-2 t/m 19-3: onderdrukken
22-3 t/m 11-4: aansluiten
20-4 t/m 10-5: voorbeeld
Teksten/foto’s (tenzij anders vermeld): copyright Platoonline 2003 – 2012
op mijn weblog…
(Foto: WR / 1957)
Schrijfopdracht:
1. WE-300
20-2 t/m 19-3: onderdrukken
22-3 t/m 11-4: aansluiten
20-4 t/m 10-5: voorbeeld
Teksten/foto’s (tenzij anders vermeld): copyright Platoonline 2003 – 2012
Ik zit in Nederland achter de pc als ik de berichten hoor. Nos-Teletekst vertelt van de natuurramp precies boven het pukkelpopterrein in Kiewit (Hasselt).
Later belt Maria en zegt dat ze, komende vanuit Lommel, de stad niet in kan vanwege de verkeerschaos. Pas rond 23.00 is ze thuis. Het koertje (binnenplaatsje) heeft niet geleden. Het rampweer heeft dit gedeelte van Hasselt slechts geschampt.
Die vrijdag haalt ze me op van Station Maastricht. We rijden langs het, vol in het licht liggende, getroffen gebied vol troep, verwoeste attributen, rijen kapotte kampeertentjes en wat ramptoeristen.
De TV toont de gebeurtenissen. We zien filmpjes, gemaakt door de festivalgasten, luisteren naar de commentaren. We zien koning Albert en zijn vrouw de mensen een riem onder het hart steken. We zien een emotionele organisator en een aangeslagen maar niet gebroken burgemeester Hilde Claes die oproept tot rust zodat er ruimte ontstaat voor bezinning.
In Nederland zou men onmiddellijk analyseren, een schuldige zoeken. Zo niet in Belgisch Limburg. De meningen zijn terughoudend, verzoenend en bundelen zich tot een beschermend cordon: ‘ het was een natuurramp en natuurlijk moeten de onderzoeksresultaten worden afgewacht. Maar niet nu. Eerst moet er plaats zijn voor rouw. Maar ondertussen kunnen we toch wel met zekerheid stellen dat niemand hier iets aan kon doen.’ Weerkundigen uit België en de omringende landen bevestigen dit standpunt overigens.
Vier doden. Een aantal zwaar gewonden. Een volgeschreven rouwregister. Een kerkdienst in Kiewit met zoveel bezoekers dat velen buiten de kerk moeten wachten.
Slechts één wanklank. Daar waar de buitenlandse media (inclusief de Nederlandse) meelevend en feitelijk verslag deden was er één Nederlandse journalist die schreef dat ’dit natuurlijk alleen weer die domme Belgen kan overkomen.’ De reactie van Limburgs gouverneur Reijnders loog er, terecht, niet om.
Hoe dan ook: pukkelpop komt terug, dat is nu al vrijwel zeker.

Tekst: Platoonline
Foto: http://media.nu.nl/m/m1ezt0mair1t_700.jpg
‘Nee kind, ik kom vandaag niet eten. Ik heb last van jicht en bovendien heb ik het gevoel dat als ik de deur uitga, er van alles fout gaat. ‘
‘ ….’
˜Hoeft niet hoor, ik heb eten zat in huis en’
‘….’
‘Nee, echt niet, ik’
‘….’
‘Ja dank je, doe ik, daaag, ik bel nog wel.’
‘ Klik’
De dikke man strompelde moeizaam naar de gang. Bij de voordeur grabbelde hij een folder uit de brievenbus, zette zijn bril op het puntje van zijn neus, las even snel en bromde: ook niet veel bijzonders. Daarna gooide hij de folder op de trap, opende de toiletdeur en trof voorbereidingen voor een flinke plas.Dochters willen altijd maar moederen, dacht hij narrig. Maar koken kan ik zelf wel. Ik ben niet hulpbehoevend Onderwijl hield hij de zojuist ingezette straal keurig in het midden van de pot.
Toen gebeurde alles tegelijkertijd. Plotseling voelde hij een nies opkomen, zo een die je graag 20 seconden zou willen uitstellen omdat je er wat onvoordelig bij staat, maar die zich geen microseconde laat tegenhouden. Het waren drie enorme niezen. Bij de eerste vloog zijn bril van het puntje van zijn neus met een fraaie boog de toiletpot in. Bij de tweede probeerde hij met een wanhopige reflex het onheil nog te voorkomen. En bij de derde verloor hij onherroepelijk zijn evenwicht, gleed uit en kwam hulpeloos vast te zitten tussen muur en toiletpot.
Vast betekende in dit geval: muurvast.
Help, riep hij zwakjes. Help.
Soms hoef je er niet eens voor de deur uit.
Verhaal (c) Plato 2011 ( ja het is fictief)
Niet lang nadat het eerste ochtendlicht tussen de gordijnkieren flitste, werd hij verlost uit een naargeestige droom. Traag wakker wordend, trachtte hij eerst het verhaal, daarna de warrige beelden, krampachtig vast te houden maar ze verwaaiden hulpeloos in zijn geest op de zachte bries van de beginnende dag.
Hij stond op, krabde zich geeuwend, stapte onhandig in zijn ribfluwelen broek, wrong zijn linkerarm twee maal in de rechtermouw van zijn verschoten overhemd, vloekte onbarmhartig, strompelde, de spiegel angstvallig vermijdend, de badkamer in, pakte een handdoek, draaide de warmwaterkraan open, maakte een puntje handdoek nat en depte voorzichtig zijn ogen. Daarna draaide hij de kraan dicht, gooide de handdoek achteloos in de wasbak en slofte naar de keuken.
Hij klikte de waterkoker aan en deponeerde poederkoffie, melk en suiker in een vuile beker. De waterkoker stopte. Weer geen water bijgevuld! Grommend herstelde hij zijn fout, wachtte ongeduldig tot het apparaat was uitgeraasd en vulde de beker. Daarna belegde hij twee boterhammen met kaas, slingerde alles op een dienblad, liep naar de ongeordende woonkamer en klikte zijn laptop aan. Bij het oplichten van het beeldscherm vervaagde de kamer tot een futiliteit.
Zijn postvak bevatte geen nieuwe mail. Dan niet, mompelde hij, nam een slok hete koffie, brandde zijn mond en morste per ongeluk een straaltje drab tussen de toetsen. Teringzooi, rotkoffie, klotecomputer, wat een foutenfestival vanmorgen siste hij en veegde met zijn mouw het hele zootje droog. Chagrijnig klikte hij Word aan. Een tekst verscheen:
Vrolijk stapte Marjolein door de regen naar het winkelcentrum. Ze voelde zich blij alsof ze naar een leuke party ging. Nog even en ze zou hem zien. Ze verlangde naar zijn leuke glimlach en zijn zachte handen. Nooit was ze ZO verliefd geweest
JIJ wel, gromde de man vreugdeloos en begon woest op de toetsen te beuken.
Verhaal: (c) Plato 2011
Feestje 1:
Onze kinderfeestjes, vroeger, waren leuk. Iemand gaf het startsein, je kreeg een muts op, er was limonade en er werden spelletjes gedaan. Als kinderen werd je geacht enthousiast en schreeuwend dooreen te lopen en later met een verhit gezicht te roepen: ‘mama, mamaaaa, het was zo leuk, weet je wat we deden mama….’ Dat was vroeger.
Feestje 2:
Zaterdag waren we op het 25 jarig huwelijksfeest van Maria’s jeugdvriendin in een schoollokaal te Leut. Hoe zou zoiets in België gevierd worden? In Nederland ging zo’n feest vaak gepaard met cadeautjes, powerpointpresentatie (waarin vroegere vriendjes, weet je nog hahaha, niet ontbraken), valse liederen, dansjes en mislukte pogingen om een gesprekje te verstaan want het bandje had er zin in.
Hier echter niets van dat alles. Ik vroeg me al af wanneer iemand het startsein zou geven. Maar nee, men feliciteerde, ging zitten, dronk een gretig glaasje, at van de voortreffelijke koude schotel, de vrouwen babbelden honderduit, de mannen zaten er wat verstrooid bij, men dronk koffie, deed een beschaafd dansje en dat was het.
En toch was het op één of andere manier heel gezellig en saamhorig.
Feestje 3:
Zondag was Maria’s broer jarig. De eerste verjaardag na zijn huwelijk. Zijn vrouw (een Mexicaanse), besloot (toevallig ook in Leut maar dan in een kasteeltje) een party te geven waarin een echte Mexicaanse band zou optreden. Het werd een geweldige middag, met lekker hapjes, mooie muziek, en lekker eten achteraf.
Voor maria’s moeder omdat ze dit lied zo mooi vindt
Feestje 4:
Hoe zou het WE-300 woord anders kunnen luiden dan:
Feestje
schrijfperiode
9 t/m 31 augustus
Linkjes
Graag weer uitsluitend hieronder
Veel schrijfplezier
De bijdragen
MrGlasses Voetje Staartje Toaske(vraag Toaske om de link) Minoesjka Ria Plato Annie&Alie Alice Melody Elly Frans
Wie schrijft er nog meer? Het is toch zo leuk om te doen…
Een uitdaging verzinnen is op zich niet zo moeilijk. Maar er zelf aan voldoen is, bij nader inzien, moeilijker dan gedacht.
Zestien bloggers met zeventien prachtige bijdragen gingen mij voor.
De laatste was Cornelis C. die overigens een bijzonder beroerde timing liet zien en vervolgens zijn meest ongelukkige eigenschappen promoveerde tot positieve.
Verder zijn alle bijdragen mij even lief.
Maar hier zij toch even gewezen op het mooie debuut van Willie (zie reacties).
Tja, nu Plato zelf. Hoeveel woorden schieten mij nog over? Wat? Zo weinig? Nu, dat noopt mij tot enige improvisatie.
Mijn goede eigenschappen zijn: creativiteit (zucht).

plaatje: internet
Mijnheer Venema, het klinkt hard, maar u zit hier niet om sprookjes aan te horen.
Ja, maar, ik kan het haast niet snottert Venema.
De assistent reikt hem een glas water aan. Venema drinkt. Even is het doodstil in de werkkamer van rechercheur Monitz.
U heeft dus al die jaren nooit iets opgemerkt?
Venema knippert schichtig met zijn linkeroog. Niets, wij hebben een prima huwelijk en…
Wat was ook al weer de huwelijksdatum?
27 april 2001. Een vrijdag
Hoelang kende u haar voordien?
Vijf maanden, ja u denkt natuurlijk, dat is vrij snel maar
Ik denk niets, ik probeer alleen de puzzelstukjes in elkaar te passen.
Maar ik weet zeker
Dat uw geliefde, die u kent als Jacqueline Mercier in werkelijkheid Irina Radakova is, dat dit na lang speurwerk onomstotelijk is komen vast te staan en dat ze, gezien de aard van haar spionageactiviteiten, kan rekenen op langdurige detentie
Venema kijkt de rechercheur verwilderd aan. Weer dreigen zijn emoties te overheersen. De assistent geeft hem nogmaals het glas.
Venema neemt een teugje water. Kan ik haar zien stottert hij.’
Vrijdagmiddag, voor nu zijn we klaar zegt Monitz kort, in zijn papieren bladerend. ‘Heeft u opvang familie goede vrienden?
Venema staat op. Jawel, zegt hij afwezig.
Goed, tot vrijdag dan. Mijn assistent laat u uit.
Elf uur in de avond.
Een schaduw maakt zich onopgemerkt los uit de duistere zuilengalerij van de schouwburg.
Een stem: Boris.
Een tweede schaduw komt voorzichtig nader.Eduard? Het klinkt bijna onhoorbaar.
Irina.. gearresteerd.
Wat weten ze?
Voldoende.
Zijn ze jou ook op het spoor.
Vrijwel zeker niet. Vrijdagmiddag heb ik een tweede oproep.
Daar ga je niet heen. Hier, treintickets. Morgenochtend, Berlijn. Daarna middagvlucht Moskou, begrepen?
Is dit echt nodig?
Nooit risicos, dat weet je. Meld je in Moskou bij Andrej. Weg nu!
Twee schaduwen vervliegen in de nacht.

Wat vond je van het gesprek,’ vraagt Monitz tussen twee slokken koffie.
Akelig,zegt de assistent. Zon klap. Hoe zal hij vanmiddag zijn?
Hij komt niet, zegt Monitz.
…Komt niet?
Hij is het land uit. Onze Duitse collegas staan op Berlijn Hauptbahnhof klaar om hem te arresteren.’
Ik dacht?
Je dacht verkeerd. Niets in dit vak is wat het lijkt, jongen.’
Om 8.30 uur stapt te Brussel een onopvallende man uit de NS-Hispeed. Enigzins schichtig met zijn linkeroog knipperend kijkt hij behoedzaam om zich heen, werpt een blik op zijn horloge en steekt een sigaret op. Rustig, denkt hij, tijd genoeg. De vlucht naar Moskou vertrekt pas over twee uur.
Verhaal: Plato
Foto: internet
Het is een vreemde gewaarwording als een van de mensen die je zo hebt bewonderd, in relatieve stilte overlijdt. Aan de gebeurtenis wordt nauwelijks aandacht geschonken. Er zijn zelfs mensen die niet meer weten wie ze was, wat ze deed…hoe goed ze was.
Ze stierf juist toen Nederland rouwde om de dood van Johnny Kraaijkamp en niet lang na het verscheiden van Mary Michon. Alsof ze gedrieën hadden afgesproken hierboven tijdig op een kleine reünie aanwezig te zijn.
Ze speelde al toneel toen ik nog in een kort broekje liep. Ze was al te zien op de televisie toen deze nog van hout was en uitsluitend grijstinten de verduisterde kamer in strooide. Ze had charisma. Ze was op een ondefinieerbare manier klassiek en ongrijpbaar.
In 1951 haalde ze haar toneelschooldiploma. Daarna werkte ze bij de Nederlandse komedie, trouwde in 1960 met acteur Ton van Duinhoven, schitterde voor de televisie in stukken van Moliëre, Claus en anderen, speelde in een film van Fons Rademakers (makkers staakt uw wild geraas), had een column in Margriet en schreef een kookboek. Daarna kwam haar grote stap.
In 1966 vroeg Wim Sonneveld haar voor zijn cabaretprogramma. Gedurende drie jaar tijd stonden ze 650 keer in het theater. Toen het programma op de televisie kwam, zat ik klaar met mijn twee-sporen bandrecorder en een piepkleine microfoon. Nadien heb ik de band grijsgedraaid. Sonneveld was al beroemd maar ook haar naam was nu bij het grote publiek gevestigd.
In 1968 had ze haar eigen tv-show, was te zien in de Mountieshow, werkte met cabaretgroep Purper en vervulde t/m 2007 vele gastrollen. Na haar 65e legde ze zich ook toe op het maken van bronzen sculpturen waarmee ze later exposeerde in het circustheater in Scheveningen.

Ina van Faassen stierf op 23 juli 2011, 82 jaar oud.
Bedankt Ina, voor al het moois dat je ons hebt gegeven.
Tekst: plato
Foto’s: internet
De deuren van de examenzaal gingen langzaam open. Direct daarop stortte zich een stroom van mensen naar binnen. Het meisje met het grote geheim bewoog zich schichtig door de menigte, vond haar plekje en ging geruisloos zitten.
˜Geloof me,” had haar zuster voor de zoveelste keer gezegd, ˜ze sturen je weg. Denk nu eens na, je voldoet toch niet aan de eisen?”
Ze had gezwegen. Haar zuster had vast gelijk. Maar die avond, in bed, dacht ze na over de voorbije maanden. Ze had hard gewerkt en had de materie ruimschoots onder de knie. De maandelijkse praktijklessen waren prima gegaan. Niemand was achter haar geheim gekomen. Daarvoor paste ze haar kleine trucjes te goed toe. Bovendien, ze zat achter in het lokaal aan de raamkant, hetgeen de kans op ontmaskering nog kleiner maakte.
De opdrachten waren goed te doen. een keer, toen de surveillant langs haar tafeltje liep was ze gestopt, had haar handen tussen haar knieën gevouwen en net gedaan of ze stukjes tekst aan het controleren was. Toen de stappen achter haar rug ver genoeg weg leken, hervatte ze haar werk.
Het was tijd. Het meisje met het grote geheim stond op. Tot nu toe was alles goed gegaan. Niemand had iets gemerkt.
Ineens kromp ze in elkaar. Achter haar stond de surveillant. Hij pakte de bladen en liet zijn ogen keurend over de tekst gaan. ˜Dat is prima gegaan he?” zei hij terwijl hij het meisje met het grote geheim even doordringend aankeek. Ze glimlachte nerveus, haar linkerhand in een reflex achter haar rug verbergend.
˜Zag je dat meisje aan tafel 63?” zei de surveillant tegen zijn collega. “Ze had een behoorlijke handicap. Zo nerveus. Maar snel werken joh, ongelooflijk.”
Zes weken later kreeg het meisje met de acht vingers haar verdiende diploma machineschrijven volgens het tienvingersysteem.

Nou, LEKKER. Metéén al weer spanning!
Six word story met beeld is een initiatief van Jokezelf.
ps: plaatje is van internet.
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.